kask logo

traject
Mediakunst


pleinvrees 002

pleinvrees 002

Karel Verhoeven
12/12 - 16/12

1e bachelor


Het atelier in het 1e bachelor wordt opgesplitst in 3 deelateliers: ‘atelier audiovisuele media’, ‘atelier interactieve media’ en ‘tekenen en narratieve technieken’.

In het atelier audiovisuele media werken we met beeld en geluid. Het beeld is overal pertinent en dwingend aanwezig in de huidige maatschappij. Fotografie en film hebben het papier en witte doek reeds lang verlaten en hebben zich versnipperd in diverse media, technologieën en motieven. Het analoge beeld wordt een zeldzaamheid. De digitale revolutie heeft niet alleen nieuwe mogelijkheden voor productie en distributie mogelijk gemaakt maar heeft ook een verreikende invloed gehad op het beeld zelf, het verhaal en de presentatie.
Al de beelden die ons omringen hebben een auteur en bijhorende bedoelingen. Door zelf beelden te maken leer je betekenis en inhoud van een beeld te lezen. Je leert hoe beelden kunnen sturen en manipuleren, maar in de opleiding ligt de nadruk ook op het aanwenden van beelden in het vertellen van iets over jezelf.
In de praktijk onderscheiden we het fotografische beeld, het filmische beeld, het driedimensionele beeld en klank of geluid. Elk van deze onderdelen wordt apart behandeld in een reeks initiaties en opdrachten waarin zowel de technische als inhoudelijke aspecten uitgediept worden.

Binnen het atelier interactieve media wordt stilgestaan bij de oorsprong van interactiviteit zoals wij deze tegenwoordig in digitale toepassingen tegenkomen.
Als we in de kunstgeschiedenis kijken, zien we dat er een verschuiving plaats heeft gevonden richting een steeds actievere toeschouwer. De computerkunst vormt daarbij het voorlopige hoogtepunt, omdat deze de kijker of gebruiker de mogelijkheid kan geven om het werk daadwerkelijk te veranderen. Dit heeft grote gevolgen voor de relatie tussen toeschouwer en kunstenaar.

De basis van beide ateliers bestaat uit initiaties en het uitwerken van thematische opdrachten.
Tot de reeks initiaties behoren: fotografie (met opname, cadrage, belichting, afdruk etc.), video (script, opname en montage), digitale beeldverwerking, het vectoriële beeld of een introductie in grafische vormgeving, webtechnieken en een introductie in programmeren voor interactieve audiovisuele en eventueel generatieve systemen.
De klemtoon ligt op het verwerven van kennis en vaardigheden die aangewend kunnen worden in het creatief proces. Deze initiaties worden steeds gekaderd in een ruimere context van onder meer de geschiedenis van de kunstpraktijk en de specifieke technologieën. Aanvullend op deze initiaties worden er kortlopende opdrachten gegeven waarin de student enerzijds bewijst dat hij de techniek eigen is en anderzijds een uiting geeft van zijn creatief denkvermogen.

De thematische opdrachten vormen een soort raamwerk waarbinnen de student vrij op zoek kan gaan naar de onderwerpen en vraagstukken die hem bezighouden. Deze opdrachten bestaan vooral uit groepsgesprekken en individuele begeleiding. Studenten leren immers ook van elkaar door discussie en samenwerking en dus niet alleen via het een eenrichtingsverkeer van de docent. De opdrachten worden steeds gekaderd met werk van andere kunstenaars.

Het atelier tekenen en narratieve technieken heeft een ondersteunende rol. Bij het ontwikkelen van ideeën voor de audiovisuele en interactieve media producties (als internettoepassingen, interactieve installaties, experimentele films…) krijgt men onvermijdelijk te maken met begrippen zoals ruimte, tijdsverloop en een onderling verband tussen de gebeurtenissen. Het verhalende aspect (chronologisch, niet-chronologisch…) speelt hierbij een grote rol. Een degelijk script, tekeningen (schetsen, storyboards…) zijn de snelste en efficiëntste manier om te communiceren over een idee in de conceptfase.